Om uitspoeling van mineralen te voorkomen heeft het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie het scheuren van grasland in bepaalde perioden verboden. Aangezien dit voor bollentelers een aantal practische problemen opleverde zijn er vervolgens een aantal vrijstellingen gegeven.
Vernietigen is toegestaan onder een aantal voorwaarden. Deze vindt u hieronder. De eerste twee voorwaarden zijn wijzigingen. Deze gelden met ingang van 1 januari 2010:
· De zode van grasland op zand- en lössgrond voor de teelt van lelies en gladiolen mag u vernietigen van 1 tot en met 15 augustus. Dit mag alleen als er direct na het vernietigen van de graszode ontsmetting plaatsvindt. Ook moet u uiterlijk 15 september een aangewezen stikstofbehoeftig gewas telen. Een lijst van stikstofbehoeftige gewassen vindt u onder Tabellen.
· U mag grasland op zand- en lössgrond vernietigen in de periode van 1 februari tot en met 31 mei als u direct na het vernietigen gras inzaait.
· Grasland op zand- of lössgrond mag u vernietigen in de periode van 1 februari tot en met 10 mei. U moet dan wel direct aansluitend op de vernietiging van de graszode een relatief stikstofbehoeftig gewas telen.
· Grasland op klei- of veengrond mag u vernietigen in de periode van 1 februari tot en met 15 september. U moet dan wel direct aansluitend op de vernietiging van de graszode een relatief stikstofbehoeftig gewas telen.
· Als u tulpen, krokussen, irissen of blauwe druifjes (muscari) gaat planten, mag u grasland op alle grondsoorten vernietigen in de periode van 16 september tot en met 30 november. U moet het bolgewas dan wel direct na het vernietigen planten.
· Grasland op kleigrond mag u ook vernietigen in de periode van 1 november tot en met 31 december. Het eerstvolgende gewas mag géén gras zijn.
· Ook mag grasland vernietigd worden als dit nodig is voor kavelinrichtingswerkzaamheden die worden verricht na vaststelling van een plan van toedeling op basis van:
o een landinrichtingsplan van de Landinrichtingswet (artikel 73 tot en met 83)
o een herinrichtingsplan volgens de artikelen 16 tot en met 20 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse veenkoloniën
o een plan van voorzieningen van de Reconstructiewet Midden Delfland (artikelen 39 tot en met 44)
o een reconstrutieplan dat is vastgesteld volgens hoofdstuk 2 van de Reconstructiewet concentratiegebieden. Het plan beschrijft herverkaveling zoals staat in hoofdstuk 3, titel 6 van de Reconstructiewet concentratiegebieden
o een inrichtingsplan dat is vastgesteld volgens de artikelen 17 tot en met 20 van de Wet inrichting landelijk gebied
Tabel 10a Stikstofbehoeftige gewassen na vernietigen van grasland
Na het vernietigen van grasland moet u, in bepaalde perioden, direct een stikstofbehoeftig gewas telen.
Op de website van het DR-Loket leest u meer over het vernietigen van grasland.
Aardbei
Aardappelen
Acidanthera
Andijvie
Anemone coronaria
Augurk
Bleek- en groenselderij
Bloemkool
Boerenkool
Broccoli
Buitenbloemen
Chinese kool
Courgette
Fritillaria imperialis
Gladiool
Gras
Graszaad
Graszoden
Iris
Hyacint
Karwij
Knolbegonia
Knolselderij
Knolvenkel
Koolraap
Koolrabi
Koolzaad
Krokus
Kroten
Kruiden
Laanbomen: opzetters
Landbouwstambonen
Lelie
Maïs
Meloen
Muscari
Narcis
Paksoi
Plantui, 2e jaars
Pompoen
Prei
Raapstelen
Rabarber
Rode kool
Savooikool
Schorseneren
Sla
Spinazie
Spitskool
Spruitkool
Stam- en stokbonen
Suikerbiet
Suikermaïs
Triticale
Tulp
Vaste planten
Venkel
Voederbiet
Wintergerst
Winterrogge
Wintertarwe
Winterui
Witte kool
Zaaiui
Zomertarwe
Tabel 10b Toegestane vanggewassen na telen van maïs op zand- en lössgrond
Na het telen van maïs op zand- en lössgrond moet u direct een vanggewas telen. Het geteelde vanggewas mag niet vóór
1 februari van het volgende jaar worden vernietigd. U mag voor dit vanggewas geen extra stikstofgebruiksnorm rekenen
(zie tabel 1).
Vanggewassen
Bladkool
Bladrammenas
Gras
Triticale
Wintergerst
Winterrogge
Wintertarwe